JEUGD

Inge Nicole Bak

geboren op zondag 25 februari 1968

Nog voordat ik kon lezen, laat staan een letter op papier kon zetten, had ik al mijn verhalen; gehurkt in het hoge gras waande ik mij een pygmee of trok vlierbessen van een boom als ‘hongerende’ oorlogswees. Ook al kampeerden we ieder jaar in Nederland, ik kwam over de hele wereld. Ik waadde niet door een beekje te Loenen, maar overwon de sterke stroming van de Colorado met een stelletje indianen in mijn kielzog.
Een dromer dus, maar ook een zeer beweeglijk en ondernemend kind. Het woord vervelen was mij vreemd. Ik rende en klom graag, jatte hout uit mijn vaders schuur om te timmeren en probeerde met konijnenvoer onder mijn bed ratten te lokken. Op mijn jeugdfoto’s sta ik altijd wel ergens met een of ander beest afgebeeld. Mijn rat heb ik nooit gevangen, wel een muis met de weinig originele naam ‘Piep’. Ik was graag alleen maar had ook veel vriendinnetjes. Mijn verhalen ontstonden niet uit eenzaamheid maar uit honger naar avontuur.
Na de basisschool kwam gelijktijdig met de dans de rust in mij. Vanwege mijn hardloopvader had ik al die tijd op atletiek gezeten. Ik vond dat wel leuk, maar het dansen had ik op eigen kracht ontdekt. Ik was minder sterk in de danscombinaties van de balletjuf, waarbij ieder vingertje op zijn plaats moest met de voeten goed uitgedraaid, het improviseren lag mij beter. Dan kon ik het denken loslaten en vloeiden mijn bewegingen veel natuurlijker over in de muziek. Schrijven is alles behalve stil achter mijn bureau zitten. Ik moet in beweging blijven.
Of je nu danst, acteert, musiceert of schildert, ik denk dat de noodzaak van het vertellen er altijd aan ten grondslag ligt. In mijn jeugd ging ik op zoek naar een manier om grip op mijn emoties te krijgen en viel tenslotte voor het kale woord. Maar ik blijf graag kijken naar verhalen van anderen op doek of in beweging. De taal van muziek breekt iets open. Ik houd van mensen die iets te zeggen hebben op hun eigen unieke manier. Van mensen met een vlam.