GEDICHTEN
Taal noch teken
Zeg me
wat je zwijgt
in een zinnen
prikkelend
visioen
van ver
wachting

Zeg me
dat je zwijgt
om een hapering
in de haast
die tijd
heet.

Dorst

Als een breekbare baby
ligt achter dichtgeschroefde dop
de dorst haar in de armen

Ze kan er niets aan doen
te verdorren in het najaar
waar wind op lommer jaagt

De glasbak wacht
met open mond
en slikt de scherven.

Ik deel haar

Gestremd in engte brengt
stilstand me naar hetgeen
je misschien doet, al weet ik
niet goed of je wakker bent

Afstand ligt naast de deur
herinnert aan geur van huid
en haar, haalt zinnen aan,
zacht uitgesproken in kapok

Soms deel ik mij samen.
Papaja op papier

Manco van papaja op papier.
Wit is de honger van dorst.
Een laatste lach leegt de
schapraai van zinnen.

Loop je weg, wist water
de sporen, zingt het nooit
meer in tijd van maan.

Gaan dagen verloren
aan uitgestorven strand
stapelen schelpen zich stenen
op een kerkhof van hoop.

Slecht zicht
Kijk me aan
draai me geen rug
beender borstwering
waterkering van vel
op gespannen voet
mijn vingertoppen raken
een achterkant
ik zie je niet goed.
Defloratie
Ik zag haar
Ik zag haar
staan, temidden
vlasblond graan
ze had niets aan
droeg enkel houten
juk op schoft,
w
achtend voor
wildtunnel op tijd

Hij kwam wat stram
licht verlaat aangegleden
met een emmer vol
heden en vloog.

Defloratie van het
gesloten kind tussen
vertrapte velden

Benen bungelen boven
pantykousje in pijn
nooit meer door
de buitendeur
klein, koeienogen
op tenen

Het waait
ongewassen
sokken.

Anjelier Postuum

De bleekroze anjer
ontvouwt zich met franje
in de stilte van een bad

Opent glazig een oog
en zie hoe kwetsbaar
de petticoat in water
uiteen valt in later

Niemand die haar
dansen zag.
Versieren
Jurk
Gedraag je als een jurk.

Het heeft niets om het lijf
want hangt aan losse draden.

Een lichaam loopt het leven na.
Versier vlees
alsof het een feest is

Stil de honger
slik hun blikken
door smaak

Het beeld
verbeeldt
niets

Spiegelt
zich aan.

Visaap

De witte kolblei
zwemt diep in de
makaak en groeit van
toegespeelde vruchten

Verbrokkelt aarde boven
binnenwater, boetseert
uit slib het beest zijn
aard en schept een
verdeelde staart

Soms lacht het licht
een streek violet
in diep donker.
^
^
^
^
^
^
^
^
@

Vol vertrouwen
Mijn opgerolde dagen
strekken zich
op een zonovergoten veld
temidden vergeten contreien

Een haas haakt
in de vlucht
de slechtvalk freest
zijn zacht behaarde buik

Zo kwetsbaar
strek ik mij
vol vertrouwen

Een steen valt
uit de lucht
mist
verdicht mijn blik.

Maangodin
Zij baarde
uit water en aarde
tussen zon en
dageraad in
paarlemoer

Donker
verlichtte
't vrouwelijk
gezicht
wekte
slaap
tot leven

En
Endymion
merkte
niks

Zonde.